Warm gereedschap voor de dienstmeiden: de Strijkkachel

Historisch Nieuws

Van de familie P. uit Breukelen ontvingen we voor het Veenmuseum een bijzonder gebruiksvoorwerp voor het Veenmuseum: een strijkkachel of anders gezegd een strijkijzerkachel.

De functie van de kachel lijkt duidelijk. Binnenin kon een vuur worden gestookt met hout of turf. Aan de buitenkant werden tegen de wand strijkijzers geplaatst die door het vuur werden verwarmd. De strijkijzers waren van massief ijzer en konden worden gebruikt tot ze teveel afkoelden om nog verder hun strijkwerk te doen. Dan werden ze weer op rand van de kachel gezet en werd een volgend warm ijzer gepakt om het werk te voort te zetten. Op die manier kon er veel strijkgoed worden gestreken zonder opwarmpauzes.

Wie gebruikten zo’n strijkkachel?
De gemiddelde veenarbeider meestal niet. Die was al blij met een enkel strijkijzer dat bij afkoeling eerst weer moest worden opgewarmd. Strijken was een tijdrovende klus in die tijd. Of waren er toen ook al dames die een hekel hadden aan strijken en het strijkwerk? Zij beperkten het strijkwerk tot er overheen wrijven met de hand of grotere stukken netjes opvouwen en het dan op de stoel leggen en er een poosje op gaan zitten.

Naspeuringen op internet brachten ook in deze nog wat meer duidelijkheid. De strijkkachel werd gebruikt in de deftige kringen, waar het personeel was verdeeld in tuin-keuken en was-personeel, de butlers voor de bediening en de koetsiers voor het besturen van de transportmiddelen. Daar werd uiteraard veel gewassen en gestreken. ’s Winters hadden de wasmeiden het bij de strijkkachel lekker warm, maar ’s zomers zal er menig zweetdruppeltje zijn gevallen bij het werk naast zo’n warme kachel. De grotere veenbazen met personeel in dienst hadden vaak ook eigen waspersoneel en daar werd ook de strijkkachel gebruikt.

In vooral de grote steden was er nog een andere groep mensen die de strijkkachel gebruikten: De kleine zelfstandige ondernemer die via een eigen was- en strijkservice in het levensonderhoud voorzag. Daar werd de was “de deur uitgedaan”, of opgehaald en weer thuisbezorgd. Denk maar aan de film van Ciske de Rat, wiens moeder ook zo’n wasbedrijf had.

Bovenop de strijkkachel kon een zakketel water worden verwarmd of een prakkie voedsel worden gekookt of opgewarmd. Gekookt werd er uiteraard in de keuken die in de grote villa’s veelal in de kelders waren gesitueerd naast de was- en strijkruimte. Gewoon strijken met de strijkbout en geen stoomstrijkijzer of strijkmachine. Toch wel een vooruitgang.

Martin Santman, secretaris